Her0_NL_Blog2

Nepnieuws en programmatic advertising zijn een zegen voor de journalistiek en PR


Sander van Buuren
Published on maart 05, 2018
By Sander van Buuren

De macht van de big five wordt niet langer klakkeloos geaccepteerd in Nederland. Unilever zette de zaak vorige week op scherp door te dreigen om advertenties niet langer te plaatsen op de grote social media platformen en bepaalde websites.

Unilever wil niet langer dat advertenties verschijnen tussen nepnieuws, schokkende beelden en vulgaire of beledigende content, zoals nu geregeld het geval is bij de grote social media platformen. Met een jaarlijks advertentiebudget van 6,4 miljard euro is dit een vrij serieus dreigement. De roep om relevantie en waarheidsvinding spelen journalistiek en PR in de kaart. 

Programmatic advertising is niet zaligmakend

Bedrijven zetten hun advertenties veelal uit op basis van programmatic advertising, maar dit blijkt dus niet altijd zaligmakend.  Natuurlijk, Unilever en andere grote adverteerders weten ook dat ze kanalen als Facebook en YouTube hard nodig hebben om hun miljoenpubliek te bereiken, maar langzaamaan ontstaat wel het besef dat dit publiek niet uitsluitend op basis van algoritmes bereikt kan worden. 

Menselijke inmenging blijft nodig om tot een goede contentstrategie te komen waarin niet alleen earned en owned media goed worden uitgewerkt en relevant worden uitgezet, maar ook paid media op de juiste manier wordt ingezet. Met verkondiging van relevante boodschappen aan relevante doelgroepen in een relevante (en vooral gewenste) context. Een vraagstuk waar we als PR- en communicatiebureau graag onze tanden in zetten.

Waarheidsvinding

De tekortkomingen van programmatic advertising benadrukken de meerwaarde van PR en journalistiek. Voor ‘reguliere’ uitgeverijen betekent deze ontwikkeling goed nieuws. Enerzijds omdat zij adverteerders helpen in een relevante, gerespecteerde omgeving hun uitingen uit te zetten. Anderzijds omdat de sterke groei van nepnieuws en clickbait vraagt om een scherp journalistiek oog om feiten van fictie te scheiden.

Met de opkomst van online nieuwsvoorziening en social media is waarheidsvinding meer en meer onder druk komen te staan. Media proberen nieuws online als eerste te brengen, waarbij feitenchecks en hoor en wederhoor remmend werken. Tegelijkertijd is er weinig voor nodig om via social media bedrijven of personen in diskrediet te brengen en is het aan de partij die aan de digitale schandpaal wordt genageld om met een feitelijke onderbouwing aantijgingen te weerleggen.

Elkaar scherp houden

Onder aanvoering van de groeiende stroom aan nepnieuws lijkt er echter een kentering plaats te vinden. De rol van journalisten om nieuws te duiden en vooral een bijdrage te leveren aan waarheidsvinding neemt weer in belang toe. Ditzelfde geldt voor ons als PR-bureau. We worden – gelukkig – scherp gehouden door redacties, die ons vragen om onderbouwing van onderzoeksbevindingen, beweringen en opinies die we namens onze klanten delen.

Een mooi initiatief gericht op waarheidsvinding is Nieuwscheckers, waarbij studenten van de Opleiding Journalistiek en Nieuwe Media van de Universiteit Leiden nagaan of een opvallend nieuwsbericht op waarheid berust of als hoax bestempeld kan worden. Een interessante ontwikkeling is dat Nieuwscheckers en andere feitencheckers door Facebook gevraagd zijn om ook voor dit platform Nederlandstalig nepnieuws te onderscheppen. Bovendien lanceert Facebook deze week in Nederland een eigen campagne om haar gebruikers nepnieuws te leren herkennen.

De NOS levert vanavond ook een bijdrage aan het bestrijden van nepnieuws met het programma Nieuws of Nonsens (NPO2, 20:25 uur en later hier terug te zien). Vanuit de School Voor Journalistiek in Utrecht wordt geprobeerd het fenomeen nepnieuws te duiden en te bestrijden. Samen met onder meer NOS-correspondenten in Rusland, de VS, Duitsland en Brussel en journalisten, politici en social media influencers.

Go back to blog list

Meer weten? Neem contact op