Freek Janssen

Door

Freek Janssen

Gepubliceerd op

August 26, 2013

Tags

media, PR

Het was een mengeling van verwondering en lichte jaloezie die me bijna drie jaar geleden deze blogpost deed schrijven. Niet lang na mijn vertrek uit de regionale journalistiek (begin 2008) groeide het aantal Twitter-gebruikers zo hard, dat je het netwerk af en toe bijna hoorde zuchten en kraken. Hóe graag had ik als verslaggever zo'n netwerk tot mijn beschikking gehad? De hele dag je timeline open laten staan en mensen volgen uit de stad of streek waarover je dagelijks schrijft. Dat betekende niet meer hoeven te wachten op het officiële persbericht van de politie om op de hoogte te zijn van een overval op een juwelierszaak. Een treinongeluk? Genoeg twitteraars die daar een foto van hebben gemaakt. Tot mijn verbazing waren er echter maar weinig oud-collega's die Twitter op deze manier gebruikten. De meeste journalistieke Twitter-accounts (ja, ook de persoonlijke) waren niet veel meer dan extra zend-kanalen. Nu zijn we alweer een paar jaar verder en ik volg nog steeds veel journalisten, waaronder een aantal oud-collega's. Mijn favoriete twee zijn Rik Goverde en Bas Vermeer, die samen achter de account BDStadsgezicht zitten. Waarom? Omdat zij het woord 'gezicht' echt heel letterlijk nemen. Zij zijn het gezicht geworden van het Brabants Dagblad in Tilburg. Omdat ze het zo open en informeel doen, zijn ze ontzettend benaderbaar. Waar ik dan wel eens benieuwd naar ben: wat halen ze zelf eigenlijk uit Twitter?


Vertel!

Rik Goverde: “Ik zal eerst even algemeen vertellen wat we doen, want dat is meer dan een Twitter-account. Stadsgezicht is een blog op bd.nl dat zich louter richt op het Tilburgse centrum. Via het blog, Twitter en Facebook brengen we nieuws en achtergronden, proberen we discussies aan te jagen over de stad en proberen we mensen bij elkaar te brengen. Zo werken we aan een loyale community van centrumgebruikers.”

Waarom alleen het centrum?

“Ten eerste willen we herkenbaar aanwezig zijn (letterlijk, we werken ook vanuit kroegen en vanaf terrassen). Als we de ene dag in Noord zijn en de volgende dag in West, bouwen we nauwelijks een netwerk op. Mensen moeten ons (bijna) elke dag zien om te weten: als we nieuws (kwijt) willen, moeten we bij Bas en Rik zijn. Verder gaan we ervan uit dat iedereen in Tilburg wel eens in het centrum komt, en dus ook geïnteresseerd is in het centrum. Tot slot: in het centrum gebeurt het meeste. Daar wordt ontwikkeld aan de haven, in de Spoorzone, daar zitten de ondernemers en de horeca, en daar worden de meeste evenementen gehouden.”

Helder! Wat halen jullie uit Twitter?

“Twitter is een wezenlijk onderdeel van ons werk. Alle blogs die we schrijven, verspreiden we uiteraard via Twitter. Maar als we alleen dat zouden doen, zouden we een stelletje prutsers zijn. Twitter is een manier om in gesprek te gaan met onze lezers, discussies te voeren of uit te lokken, onze mening te geven (als we van onze lezers een mening vragen, moeten we die zelf soms ook geven, vinden we) en nieuws en foto’s te vinden. In principe volgen we iedereen met ‘Tilburg’ in de bio, omdat al die mensen nieuws bieden. Soms zelfs zonder dat ze er zelf bij stilstaan: ‘De trein staat stil vlak voor het station’. Doordat ze een nieuwsfeit melden, maar wellicht ook doordat er meerdere mensen tegelijk over één onderwerp praten. Een voorbeeld van dat laatste: op Twitter kwamen herhaaldelijk meldingen van fietsers langs die de verkeerssituatie bij het NS-Plein en later ook bij de Gasthuisring niet snapten (twee onderdoorgangen onder het spoor, waar aan de weg gewerkt is). Zie bijvoorbeeld deze tweet:

Jolanda Polkamp@JolandaPolkamp

Wat een puinzooi bij NS-plein, al 3 incidenten meegemaakt, vandaag bijna botsing met een Motorrijder ! @RoelLauwerier @BDStadsgezicht

Zoals je ziet mentiont de Twitteraarster ons direct: ze vindt blijkbaar dat wij ervan op de hoogte moeten zijn. De tweede mention is voor de wethouder van verkeer. Het leidt de dag erop tot een klein blogje, waarin we meteen ook de voortgang doorgeven. Maar we zijn getriggerd door de klachten over de fietspaden: die naar het NS-Plein was de eerste onderdoorgang die is aangepast, er moesten er nog twee volgen. Het heeft ons een aardig serietje verhalen opgeleverd, met als laatste dit blog van afgelopen vrijdag. Verspreid via Twitter, stevig bediscussieerd op Facebook. Een paar uur nadat het blog online kwam en de discussie op Facebook gaande was, nam de gemeente maatregelen. Naar aanleiding van het blog en de reacties waren ze ter plaatse gaan kijken hoe het beter kon. Tweede recent voorbeeld van nieuws via Twitter: Wethouder Erik de Ridder Twitterde dat hij een snee in zijn vinger in een ziekenhuis had laten behandelen, en dat hij daarvoor een absurd hoge rekening had ontvangen:

Erik de Ridder@erikderidder

Ontvang factuur voor bezoek aan spoedeisende hulp. Uur gewacht, 10 minuten geholpen (snijwond aan vinger). € 2.284,22. Is dat normaal?

Ik zag die tweet langskomen, belde De Ridder en tikte een blogje. Het blog werd landelijk opgepikt en NOS, BNR en andere landelijke sites linkten ernaar. Tot slot nog een voorbeeldje: een Tilburger die we volgen op Twitter, Twitterde sinds korte tijd over een Stadscamping in de Tilburgse Spoorzone (een te ontwikkelen gebied).

Eric Steur@steurtje

Vandaag verder met plannen rondom @stadscamping013. Afspraak met @jorisverheggen over tekeningen en verder dromen 😉

Een nieuw idee. Via DM hebben we een afspraak gemaakt in een kroeg in het centrum, en daar kwam dit blog uit. Uiteraard gaat het niet elke dag zo: het is Tilburg, geen New York. Maar Twitter helpt ons met regelmaat aan hard nieuws, of aan zicht op tendensen, en aan nieuwe kennissen (en dus kennis) in Tilburg. In die zin is het zeker een inspirerend medium. We leren mensen kennen die we IRL niet zomaar tegen zouden zijn gekomen. En er is onder onze volgers altijd iemand die meer weet van een onderwerp dan wijzelf; als je iemand kent via Twitter, is de vraag om informatie al makkelijker te stellen, dan wanneer je iemand helemaal niet kent. Twitter kan, tussen alle onzin die er voorbij komt, werken als een soort gezamenlijke kennisbron, waarvan uitspraken uiteraard wel altijd gecheckt moet worden. #dtv‘s stellen we eigenlijk niet zo vaak: Tilburg is klein, dus als we een vraag hebben kennen we altijd wel iemand in ons netwerk die het antwoord weet. Verder stellen we durftevragen-achtige vragen – als we die hebben – doorgaans via Facebook. We hebben ook meer FB-vrienden dan Twitter-volgers, trouwens, dus de kans op succes is daar wat groter. Twitter is een prachtige toevoeging aan de journalistieke gereedschapskist, edoch niet zaligmakend. Instant-nieuwtjes en tendensen zijn er wel uit te halen volgens mij, maar veel nieuws (nieuwe restaurants, verbouwplannen, nieuwbouwprojecten) horen we toch als eerste via ons face-to-facenetwerk. Ambtenaren, horeca-ondernemers, mensen die dichtbij de beslismomenten zitten. Heel soms sturen die ons een DM, maar meestal voorzien ze ons van nieuws en achtergronden via directe contacten. Naast Twitter speelt voor ons Facebook een belangrijke rol, wellicht zelfs nog een grotere rol dan Twitter. Via Facebook halen we de meeste lezers naar onze artikelen. Verder proberen we de discussies zo veel mogelijk op een punt samen te laten komen en dat is onze Facebookpagina (onder meer door onze naam boven het artikel op de site direct naar de betreffende Facebookpost te linken). Daar hebben mensen de ruimte om te reageren, en ze doen dat vrijwel altijd onder eigen naam. Op Twitter is de ruimte beperkter, en het aantal anonieme of nepaccounts hoger.”

 Twitter en Facebook zijn dus niet meer weg te denken uit jullie dagelijks werk?

“Klopt. Aan de andere kant; het kost ons ook heel veel tijd en die moet je er ook echt voor vrijmaken. Dat is een lastige keuze voor kranten – zeker in deze tijden.”

Neem contact op