Door

Janneke de Vries

Gepubliceerd op

September 16, 2014

Tags

event, journalistiek, PR

Afgelopen dagen vond de International Broadcasting Convention (IBC) plaats in de RAI. Tijdens dit evenement had ik de eervolle taak om samen met een aantal collega's interviews te hosten met tal van internationale journalisten. Het was mijn zevende keer op deze beurs, maar toch bleef ik me verbazen over de grote cultuurverschillen die tot uiting komen op het moment dat een woordvoerder allerlei vragen op zich krijgt afgevuurd. Om een beeld te schetsen zet ik een aantal stereotypen op een rijtje.


De ‘assertief, wat is dat?’ – Fransman

Ga maar zitten, pak een goede bak koffie en luister naar het verhaal. Stel vooral geen vragen, want waar is dat toch goed voor? Het voordeel van de Franse journalist is dat zij zich graag een verhaal laten vertellen. Het nadeel is dat je totaal niet weet of zij het interessant vinden of überhaupt verstaan (als de voertaal Engels is). Ik mocht twee interviews met Franse journalisten en Amerikaanse woordvoerders begeleiden. De ene viel bijna in slaap en de andere vroeg aan het einde van het gesprek of er geen Franstalige woordvoerder aanwezig was. Ik ben erg benieuwd hoe het artikel er uit komt te zien.

De ‘Truus de mier’ – Britten

Wat horen Britten zichzelf graag praten zeg. “Hi I am Stephen from the popular British magazine Broadcasting and I am aware of all new features in your recently launched update, so that is obviously not the topic I am going to ask for and I also do not want to know anything about your partners because I have already interviewed most of them as I have entrances all over the place….blablabla….” OK, wat wil je dan WEL weten?

De ‘hier heb je een veer in je reet’ – Amerikanen

Nederlanders zijn het totaal niet gewend om complimenten te krijgen. Persoonlijk zoek ik er meteen iets achter als ik zoveel complimenten zou krijgen over mijn producten als ik een aanbieder was. Ik zou mezelf constant afvragen wanneer de kritische vragen beginnen en wanneer de stomp onder de gordel komt. Maar die blijft toch echt uit, want wat je verwacht van de altijd beleefde Brit, komt toch echt van de Amerikaan. Ze nemen de afgesproken tijd voor het interview met een korreltje zout, maar dat ben je echter direct vergeten na de golf van positiviteit die over je heen komt.

De Duitse ‘pünktlichkeit’

Bij Duitsers hoef je je nooit druk te maken of ze wel komen opdagen of op tijd komen. Ze bereiden het gesprek tot in de puntjes voor en weten precies waar ze over praten. Ze bouwen het gesprek zeer rustig en georganiseerd op om het vertrouwen van de woordvoerder te winnen. Op het moment dat je het niet verwacht, slaan ze je om de oren met kritische vragen. Hou je vast aan je stoel, want dan wordt het pas echt interessant.

De botte Nederlander

Ik heb echt mijn ogen uit mijn kop geschaamd voor de Nederlandse journalisten die aanwezig waren om de immer energieke en vrolijke Amerikaanse woordvoerders van mijn klant het vuur aan de schenen te leggen. De medelanders hadden het graag maar vijf minuten inhoudelijk over de nieuwigheden in het portfolio om vervolgens schaamteloos de hele organisatie af te zeiken en de concurrent op te hemelen. Een nuttig artikel kan hier naar mijn mening nooit uit komen, want de woordvoerder laten uitpraten schijnt toch ook wel erg lastig te zijn.   Met mijn ervaring die ik in de afgelopen jaren heb opgedaan, kan ik de woordvoerders aardig voorbereiden op de interviewstijl die zij per journalist kunnen verwachten. Ook andere zaken, zoals verschil in geloof, zijn goed om je woordvoerder op voor te bereiden. Zo zal een Iraanse televisiezender mij nooit meer verrassen als zij aan komen zetten met een hoofddoek die de vrouwelijke woordvoerder moet opzetten. Ik ben in ieder geval erg blij dat ik goed weet hoe mijn medelanders in elkaar steken. Zij zijn meestal de grootste shock voor niet-Nederlandse woordvoerders. Laat me vooral weten wat jouw ervaringen zijn op dit gebied.

Neem contact op