Door

Claudia Top

Gepubliceerd op

December 12, 2017

Tags

bloggen, column, PR

‘Een lul’, ‘een gladjakker’; de bewoording in de column van Youp van ’t Hek over de realityserie van Peter Jan Rens en verloofde van afgelopen week in NRC Handelsblad loog er niet om. In zijn column valt hij RTL’s programmadirecteur Erland Galjaard aan op het feit dat hij met het stel in zee is gegaan; hij had hen tegen zichzelf in bescherming moeten nemen en nooit aan het programma moeten beginnen. In de column wordt Galjaard dus onder meer ‘een lul’ genoemd, met de nodige commotie tot gevolg. Mogen columnisten dit zo verwoorden of moeten we grenzen stellen aan de vrijheid van meningsuiting?


Gemiddeld genomen, vinden we het in Nederland een groot goed dat we de vrijheid hebben om onze overtuiging kenbaar te maken, zonder voorafgaande controle door de staat. Nederlanders maken gretig gebruik van dit recht en roepen veel over elkaar, inclusief beledigingen, omdat ze denken dat dit ook valt onder die vrijheid. De vrijheid van meningsuiting is echter niet absoluut, net als de meeste andere grondrechten. Belediging en smaad zijn onder bepaalde omstandigheden strafbaar. Ik vind het erg dat dit zo moet worden geformuleerd, maar schijnbaar is het nodig. Zo is PVV-leider Geert Wilders eind vorig jaar schuldig bevonden voor groepsbelediging en het aanzetten tot discriminatie en vrijgesproken voor het aanzetten tot haat om zijn uitspraken over ‘minder Marokkanen’.

Een middel om het effect te vergroten

In het geval van de column in NRC Handelsblad, is Youp van ’t Hek natuurlijk de lachende derde. Hij wil uiteraard zoveel mogelijk aandacht voor zijn columns en dat komt op deze manier wel goed. Toen ook Galjaard’s vrouw Wendy van Dijk zich via Twitter mengde in de discussie werd het effect van de column alleen maar groter. Persoonlijk vind ik dat Youp van ‘t Hek veel te ver is gegaan. In zijn column schrijft hij letterlijk ‘Hoe we zo’n Galjaard vroeger noemden bij ons in de kroeg? Gewoon, een lul!’. Hiermee zegt hij niet zélf wat hij van Galjaard vindt, dit laat hij over aan ‘de mensen bij ons in de kroeg vroeger’.

Op deze manier blijft van ’t Hek slim binnen de perken van de vrijheid van meningsuiting. Niet dat hij er normaalgesproken voor terugdeinst het beestje bij de naam te noemen, maar hier lijkt hij er duidelijk voor te kiezen deze grove typering niet zelf uit te spreken. Neemt niet weg dat hij in de column Galjaard wel een ‘gladjakker’ noemt, Peter Jan Rens ‘volledig ontoerekeningsvatbaar’ en verloofde Virginia ‘geen huppeltje’, waarmee hij op zijn minst suggereert dat ze niet een frêle verschijning is.

De grens opzoeken of er moedwillig overheen gaan

Je kunt ervan uitgaan dat publieke personen vaak de grens opzoeken als het gaat om de vrijheid van meningsuiting. Hierdoor houden ze het scherp en is aandacht vaak verzekerd. De ironie is in een column als die van Youp van ‘t Hek ver te zoeken, hier zitten gewoon harde beledigingen in. De vrijheid van meningsuiting gaat in dit geval naar mijn idee dan ook volledig zijn doel voorbij. Iemand moedwillig beledigen, waar ben je dan mee bezig?

Helaas lijkt dit meer een trend dan een incident te zijn. Het zijn niet alleen publieke personen die zich hieraan schuldig maken, het is zichtbaar binnen alle geledingen van de maatschappij. Zeker via de toch vrij anonieme social-kanalen is het deze dagen makkelijk beledigen. Ik pleit ervoor dat we elkaar met respect blijven behandelen en beledigen hoort daar niet bij. Dat is waar voor mij de grens ligt bij vrijheid van meningsuiting, hoe zit dat voor jou?

Neem contact op