Freek Janssen

Door

Freek Janssen

Gepubliceerd op

July 5, 2017

Tags

storytelling

Misschien was het toeval, en misschien ook heeft het zo moeten zijn. Voor de zoveelste keer was ik begonnen aan de Hitchhiker's Guide to the Galaxy en ik begon me af te vragen waarom dit boek eigenlijk nooit verveelt. En waarom ik eigenlijk ooit zó zou willen kunnen schrijven als Douglas Adams. Ik heb er eigenlijk nooit zo over nagedacht, maar Adams is misschien wel mijn favoriete verhalenverteller ooit. En als mijn voorgevoel mij niet bedriegt, dan heeft Adams onevenredig veel fans onder iedereen die zich beroepsmatig of voor de hobby bezighoudt met schrijven.


Midden in dat denkproces (dat duurt een paar weken) kwam Gijs Moonen met zijn blog Verhalen vertellen als Hemingway. En toen werd mijn innerlijke onrust nog groter. Wat is er met dat boek? Is het de vertelstijl, de totale onlogische logica, de hoofdpersonen? Ik ben er nog steeds niet helemaal uit (het antwoord is waarschijnlijk ‘42‘), maar ik denk dat ik in elk geval één trucje van Douglas Adams kan benoemen dat zijn verhalen zo boeiend maakt. In Nederland anno 2013 noemen we dat omdenken (het boek was op vele fronten zijn tijd ver vooruit – zelfs Google dankt zijn naam eraan). Nét het tegenovergestelde doen van wat men van je verwacht, dat zou elke storyteller moeten doen. Moet ik even uitleggen, zeker?

Mostly harmless

The Hitchhikers Guide zit vol met tragische verhalen, maar het meest treurige lot is de mensheid beschoren. Wat blijkt: er is wel degelijk leven buiten ons zonnestelsel, en niet zo’n beetje ook. Maar wij zijn gewoon niet interessant genoeg om te bezoeken. In de Hitchhiker’s Guide to the Galaxy (een soort Lonely Planet voor het universum) staat de aarde met twee woorden omschreven:

 Mostly harmless

Briljante omdenker, natuurlijk: al eeuwenlang vragen we ons af hoe het kan dat we nog nooit contact hebben gehad met een buitenaardse beschaving. De kans dat er leven bestaat op andere planeten is enorm groot, en hoe kan het dat we nog nooit één signaal hebben opgevangen? Het antwoord van Adams is even grappig als confronterend: they don’t really care about us.

De Paranoid Android

Ook zo’n dankbaar thema’s in science fiction: intelligente robots. Ooit zullen ze slimmer zijn dan wij en dan is het een kwestie van tijd voordat ze ons gaan overheersen. Eén van de hoofdpersonen in het boek is de robot Marvin. Bijnaam: de Paranoid Android. Hij heeft a brain the size of a planet (zo dachten we nog in 1978: dat je een computer van het formaatje planeet nodig had slimmer te zijn dan de mens), maar hij wordt alleen maar gebruikt als hulpje in de huishouding. ‘Breng nog eens wat thee, Marvin.’ ‘Kun je de deur even voor me openhouden?’MarvinMarvin is ook geprogrammeerd om menselijke emoties te ervaren. Maar in plaats van boos te diepe  of de macht te grijpen, glijdt hij weg in een depressie. Je bent ontelbaar veel slimmer dan de onbenullen die je bedient, maar ze gebruiken je alleen voor de rotklusjes. Het klinkt misschien als een geruststellende ‘omdenker’, dat al die intelligente technologie ons niet gaat overheersen maar zich vooral overbodig gaat voelen, maar als lezer voel je je elke keer heerlijk ongemakkelijk bij de klaagzang van Marvin.

Meet the meat in The Restaurant at the End of the Universe

Misschien wel de slimste omdenker van Douglas Adams speelt zich af in het ‘Restaurant’at the End of the Universe’; een plek waar je ongestoord kunt eten, terwijl je geniet van het einde der tijden. De ober geeft de gasten de keuze: wil je iets van de kaart bestellen, or would you like to meet the meat?  Nadat een varken-achtig wezen zichzelf heeft aanbevolen bij de eters, hebben ze al geen trek meer. Mooier kun je het dilemma van vleeseters niet in beeld brengen: we bestellen nog liever een lapje vlees van een dier dat een leven lang geleden heeft maar wat we tenminste niet gezien hebben, dan van een dier dat zodanig genetisch gemanipuleerd dat het er plezier aan beleeft om opgegeten te worden.

Macht

Douglas Adams is duidelijk een antiautoritair figuur. Eén van de hoofdfiguren is Zaphod Beeblebrox, de president van het universum. Hij is een rockstar CEO, een rebel, niet al te intelligent maar doet het bijzonder goed op een podium. Toch is hij door duistere machten na een Dalai Lama-achtige procedure uitgekozen als dé ideale president van het universum. Niet omdat hij zulke goede beslissingen kan nemen, maar omdat hij als geen ander de aandacht kan afleiden van daar waar de échte macht zit. Omdenker, of met een ongemakkelijke kern van waarheid? Het boek komt trouwens ook nog uit bij de echte Ruler of the Universe. De Ruler is een soort surfdude-figuur met een extreem groot rechtvaardigheidsgevoel. Hij is Ruler tegen wil en dank, want iedereen die deze functie zou wíllen uitoefenen, is daar per definitie ongeschikt voor. Als er eens een delegatie bij hem op zoek komt en hem om zijn mening vraagt over oorlogen en dergelijke, dan zegt hij wat hij vindt zonder dat hij nadenkt over de gevolgen. Ook neemt hij nooit iets voor waar aan: ‘he talked to his table for a week to see how it would react.’ Grappig en vermakelijk, maar vooral confronterend: we zouden misschien gebaat zijn bij machthebbers met een groot rechtvaardigheidsgevoel en gevoel voor nuance, maar in de media-maatschappij hebben de grootste schreeuwers het voor het zeggen.

So long, and thanks for all the fish

Het hele boek is een aaneenschakeling van ‘omdenkers’ en slimme foefjes om het leven van de schrijver zo gemakkelijk mogelijk te maken: de babel fish is een visje dat je in je oor kunt stoppen waardoor je alle talen van het universum kunt horen, het ruimteschip The Improbability Drive kan het onmogelijke mogelijk maken, waardoor de hoofdpersonen op het laatste moment toch nog worden opgepikt nadat ze een ander ruimteschip zijn uitgegooid. En het mooie is: de schrijver komt óveral mee weg, hoe gemakkelijk hij het zichzelf ook heeft gemaakt. Dat komt door zijn spitse, grappige schrijfstijl met typisch Britse humor, maar vooral ook omdat hij je aan het (om)denken zet. Wat je daar als schrijver van kunt leren? Lees het boek, als je dat nog niet gedaan hebt. Het leest alsof het in 2013 geschreven is. Ik meen zelfs te merken dat webredacteuren en bloggers een bovengemiddelde voorliefde koesteren voor het boek – maar dat heb ik nooit gestaafd. Het zijn toch vooral de rare kronkels die je als storyteller iets kunnen leren: soms kun je alleen laten zien hoe belachelijk de werkelijkheid is door het (onmogelijke) tegenovergestelde te schetsen. En dat is nog veel leuker om te lezen, ook.

Neem contact op