Door

Janneke de Vries

Gepubliceerd op

February 21, 2014

Tags

Content

Zoveel mogelijk zeggen in 140 tekens. Onze jeugd weet er wel raad mee. Al geruime tijd bestaat er een aparte taal op verschillende platformen die menig Neerlandicus de tenen doet krommen. De ‘ch’ wordt zonder blikken of blozen vervangen door een ‘g’ en in plaats van ‘mijn’ wordt veel gemakkelijker ‘me’ gebruikt. Ik heb er regelmatig jeuk van gekregen, maar inmiddels kan ik me er steeds meer bij neerleggen. Het gaat bij de jeugd om snelheid, niet om juistheid. Ik kan me ook niet voorstellen dat docenten op middelbare scholen de leerlingen er ongestraft mee weg laten komen. Een werkstuk of een opstel heeft immers een ander doel dan een snel berichtje op social media.


Twittermania publiceerde een poos geleden al een lijst met veel gebruikte afkortingen die al bestaan sinds de SMS- en MSN-tijd. Erg inventief en handig voor het snel versturen van nog kortere berichtjes. Maar met de toenemende populariteit van Facebook kwamen er wel steeds meer ‘kromme’ zinnen en verkeerd gespelde woorden bij. De Morgen interviewde een aantal veertienjarigen die prima konden verklaren waarom zij dit taalgebruik hanteren. Ze gebruiken een andere taal voor sociale media, dan wanneer ze een opdracht moeten maken op school. Facebook-taal is te vergelijken met een soort spreektaal: kort, bondig en lang niet altijd volgens de regels. Bovendien ziet de jeugd de communicatie als een onderonsje met vrienden. Op het moment dat zij met werkstukken of opdrachten bezig zijn, staan zij juist wel stil bij de taalregels. De slechte spelling heeft daarom niets te maken met een gebrek aan intelligentie.

 

Inventief met taal 

Onze jeugd is niet dom. Integendeel, onze jeugd is juist erg inventief. Nog nooit werd er zo veel geschreven als nu. Daarbij komt kijken dat lang niet alleen de Nederlandse taal op een creatieve manier wordt omgebogen, maar dat ook met de Engelse taal wordt gespeeld. Waarom zouden we dat nu niet stimuleren? Onderzoek van Wilbert Spooren, hoogleraar Taal en Communicatie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, onder middelbare scholieren wijst uit dat er geen enkel verband is tussen de mate waarin een leerling gebruikmaakt van social media en de cijfers die dezelfde leerling haalt voor taaltoetsen op school. De jeugd van nu en de professionals van de toekomst hanteren verschillend taalgebruik voor verschillende momenten. Maar hoe moeten wij de jeugd nu benaderen? Wanneer weet je welke taal je moet gebruiken?

 

Moeten we op dezelfde manier met de jeugd communiceren?

Je kunt er voor kiezen als merk om op een populaire manier de dialoog aan te gaan met je doelgroep. Gebruik het dan wel goed. Een puber vindt het zeker niet vet of zelfs ook maar lauw als je te pas en te onpas met dat soort termen smijt. Ze duiken immers ook in een hoekje als hun ouders dat doen. Daarnaast ben ik van mening dat je er lang niet altijd mee wech komt als bedrijf om bewust foutief Nederlands te hanteren. Bedenk je goed of het bij de boodschap past die je wilt uitdragen. Gebruik het alleen als je je doel er eerder mee kunt bereiken. Dan heb je kans dat het positief uitpakt. In een geval van KLM pakte dit zelfs erg goed uit. De policy van KLM is spiegelen; op hetzelfde niveau reageren en antwoorden als op de wijze waarop zij aangesproken worden. De oproep van Willem Nout in ‘slang’ aan ‘mattie’ KLM werd al erg gewaardeerd door Facebook-gebruikers, maar de passende reactie van KLM in dezelfde stijl kreeg nog meer likes.

 

Leer er maar mee leven

Tijdens het schrijven van deze blogpost en het lezen van verschillende artikelen over dit onderwerp, heb ik geleerd dat we niet kunnen ontsnappen aan de foutief geschreven, ‘gehaaste’ berichtjes op social media. Het stelt me wel gerust dat de meeste van deze berichtjes bewust zo geschreven zijn. Of je er nu kromme tenen van krijgt of niet, de evolutie van de taal is niet te stoppen. We moeten er mee leren leven.

Neem contact op