Door

Janneke de Vries

Gepubliceerd op

November 9, 2012

Tags

media

De Nederlandse media hebben het moeilijk, en de dalende oplagecijfers zijn het bewijs. De belangrijkste reden; het treurige economische klimaat waar we op dit moment in leven. In Amerika maakten onlangs Newsweek, Guardian en Observer bekend hun papieren edities te staken. In Nederland gebeurde dit onlangs met het Weekblad Intermediair, dat twee weken geleden voor het laatst op de deurmat plofte.


Deze bladen kampen allemaal met teruglopende oplagecijfers en dalende omzetten. Moeten wij hier als mediaconsument treurig om zijn? Deels wel. Persoonlijk vind ik niets meer ontspannend dan met een blad in de hand rustig bladeren en terugbladeren. Een vlieg kapot slaan met een laptop of tablet is trouwens ook niet echt aan te raden. Aan de andere kant kan ik me geen dag meer voorstellen zonder mijn smartphone, waarmee ik 24/7 in contact ben met mijn sociale netwerken. Maar zijn wij als mediaconsument wellicht ook schuldig aan het feit dat de papieren informatieverschaffers verdwijnen?

De netwerkgeneratie

De informatiebehoefte van jongeren, de netwerkgeneratie, verschilt enorm van die van de generatie X en eerder. Waar de generatie X nog een periode zonder internet heeft gekend, weet de netwerkgeneratie niet beter. 45% van de internetgebruikers is onder de 25. Zij gaan anders om met media. Het liefst halen zij gepersonaliseerde informatie uit social media, met de smartphone in de hand om met vrienden te ‘praten’, tegelijkertijd de televisie aan en nog het liefst met de laptop op schoot. Hier is geen ruimte meer voor de printmedia. Wil je toch je boodschap op het juiste adres afleveren, moet je op een prikkelende manier tussen alle tweets, posts en alerts door aandacht zien te trekken.

Content aanbieden op basis van algoritmes

De online-strategie is de oplossing. Daar zijn we ondertussen wel uit. Maar hoe val je op als nieuwsverstrekker in de jungle van het internet? De Guardian speelt hier goed op in door content aan te bieden ‘op maat’. De Guardian betaalt Google voor een pakketje algoritmes. Met behulp van cookies en deze algoritmes biedt de Guardian voor iedere gebruiker een andere homepage. Woon je in de buurt van New York, dan zal je eerder een bericht krijgen over Sandy en woon je in Arizona, dan zie eerder nieuws over het schietincident in Tucson. Of dit uiteindelijk de manier is om een voet tussen de deur te krijgen bij de netwerkgeneratie is de vraag. Ook is het de vraag of de redacties die afscheid hebben moeten nemen van hun printedities, online wel voldoende omzet gaan behalen. De netwerkgeneratie zal waarschijnlijk alleen willen betalen voor gemak. Dit ‘gemak’ werd erg goed omschreven door Ernst-Jan PfauthWe willen best betalen voor gemak. Voor dagelijkse digitale bezorging in een mooie app. Na acht keer gratis een fantastisch stuk te hebben gelezen, willen we onderdeel uitmaken van de club waar die stukken vandaan komen. Lid worden. Abonnee.

De slimme uitgever

Over een aantal jaren behoort iedereen tot de netwerkgeneratie en is de informatieconsumptie grotendeels verschoven van print naar online en van online naar social. De slimme uitgever weet precies hoe hij zijn brood nog moet verdienen. Al is zijn business model wel grotendeels bepaald door de netwerkgeneratie van de toekomst. De informatiebehoefte verandert tegelijk met de vooruitgang van de techniek. De netwerkgeneratie is er zich volledig van bewust dat zij constant hun sporen achterlaten op het web. Waarom zouden niet alle ondernemers deze sporen gebruiken om aankoopgedrag (lees: mediaconsumptie) te beïnvloeden? En om niet geheel te verdwalen in de online jungle gaat de uitgever zich ook nog meer richten op de behoefte van de netwerkgeneratie. Gemak willen ze dus. En kwaliteit. En als het even kan gepersonaliseerd.

Neem contact op