Door

Linda van Helden

Gepubliceerd op

October 12, 2015

Tags

communicatie, journalistiek

Een breedte van 10 centimeter, 1.300 pagina’s en 60.000 woorden. Dat was de eerste Dikke van Dale die uitkwam in 1864. Sindsdien is het bekendste woordenboek van Nederland alleen maar dikker geworden. Vorige week was het na tien jaar eindelijk tijd voor een nieuwe editie van de Dikke van Dale in druk. Welke woorden leggen het loodje, welke verschijnen nieuw in het boek en hoe worden de woorden geselecteerd?


Doei spijkertjeswee

Taal is altijd in ontwikkeling. Er komen nieuwe woorden bij en oude woorden worden vergeten. Meer dan 18.000 nieuwe woorden zijn toegevoegd aan de vijftiende editie van de Dikke van Dale en met 4880 bladzijden is het de dikste versie ooit. Toch zijn er ook veel woorden verdwenen. Ben dus niet verbaasd als iemand je ineens niet meer begrijpt als je vertelt dat je last hebt van spijkertjeswee. Even de Dikke van Dale erbij pakken is namelijk geen oplossing meer. Het is daarom verstandig om toe te lichten dat je fietsband lek is geraakt en je baalt omdat je nu moet lopen.

 

Ton den Boon, hoofdredacteur Van Dale: “Woorden die in onbruik zijn geraakt moeten het veld ruimen.”

 

De woorden die wél een plekje in de van Dale hebben veroverd, zijn ontstaan door thema’s die de afgelopen jaren speelden. Een voorbeeld daarvan is de opkomst van social media. Facebook werd populair en in 2007 begonnen kranten te schrijven over het toen nieuwe fenomeen Twitter. Sindsdien zijn we woorden zoals liken, facebooken, twitteren en instagrammen zó veel gaan gebruiken, dat het een onderdeel is geworden van onze woordenschat. Daarom zijn deze woorden nu ook terug te vinden in het driedelige woordenboek.

‘Strenge’ selectieprocedure

Naast de vele nieuwe woorden die zijn opgenomen, zijn er ook nieuwe betekenissen, citaten en uitdrukkingen terug te vinden in de Dikke van Dale. De redactie bepaalt wat zij in de nieuwe opgave opneemt door te kijken naar de frequentie en de spreiding – hoe vaak is een woord gebruikt op verschillende plaatsen in het hele Nederlandse taalgebied. Daarnaast is het van belang dat verschillende soorten media het woord hebben gebruikt. Ik moet toegeven dat ik twijfel of sommige woorden en uitdrukkingen nou echt een plek in de taalbijbel van Nederland verdienen. Ik kan namelijk op één hand tellen hoe vaak ik tijdens een creatieve brainstormsessie heb gehoord: “Oké jongens, laten we proberen om buiten de doos te denken.”

De echte taalfanaat (staat dit woord er ook in?) kan zijn geluk waarschijnlijk niet op. Met de aanschaf van de Dikke van Dale krijg je namelijk ook een jaar toegang tot de uitgebreide online database. Dus ben je naast de betekenis van bramenjam ook benieuwd naar de woordsamenstellingen kiwi-jam, kruisbessenjam, rabarberjam en vijgenjam? Dan stel ik voor om al je snuistergeld bij elkaar te schrapen en naar de dichtstbijzijnde boekwinkel te gaan.

Neem contact op