LEWIS

Door

LEWIS

Gepubliceerd op

November 8, 2016

Tags

communicatie, journalistiek

Maurice de Hond gaf vorige week in een opinie zijn visie op de Nederlandse taal. Hij stelde voor om alle ‘ei’-klanken simpelweg te schrijven als ‘ij’ en alle ‘ou’-klanken weer te geven als ‘au’. Waarom precies?


Omdat we in Nederland blijkbaar niet meer kunnen schrijven en het te moeilijk wordt om te leren wanneer je wat moet gebruiken. Als taalnazi kwam er bij dit voorstel meteen een aantal vragen bij me op: Hoe wil je dit gaan realiseren en wat hebben we er precies aan? Het voorstel van Maurice de Hond is nogal rigoureus en je kunt je afvragen of dit de oplossing is.
books-and-chalkboard-with-abc

Verandering kost tijd

Dat taal aan verandering onderhevig is, valt niet te ontkennen. Middeleeuwse teksten zijn voor de Nederlander anno 2016 nog maar met moeite te begrijpen, maar we hebben het dan ook over zo’n 800 jaar geleden. Hier is dus flink wat tijd overheen gegaan. Een tekst van 50 jaar geleden is meteen een stuk herkenbaarder. De verandering is er dus wel degelijk, maar taalverandering kost tijd en gaat met kleine wijzigingen die we in de loop van de tijd overnemen.

Dat taal verandert is niet gek, vooral omdat woorden nu eenmaal verdwijnen en hiervoor nieuwe woorden in de plaats komen. Wie had 50 jaar geleden tenslotte gedacht dat we voor het Woord van het Jaar onder andere konden kiezen uit: selfiedode, sjoemelsoftware of jihadgala. Wel kunnen we ons afvragen of een dergelijk voorstel als dat van Maurice de Hond nu daadwerkelijk nodig is.

Leuk idee, maar waarom precies?

Dat het steeds vaker voorkomt dat er Nederlanders moeite hebben met hun eigen taal is een feit, zoals bijvoorbeeld het verslechterde taalniveau van studenten. Maar is dat dan een reden om onze gehele Nederlandse taal aan te passen? We zouden deze constatering ook kunnen zien als een kans om er snel iets aan te doen. Blijkbaar vraagt de Nederlandse taal om extra aandacht en is het misschien tijd om extra lessen aan te bieden of elkaar weer te helpen om deze achterstand weg te werken. Het is mij namelijk niet helemaal duidelijk of we van het voorstel van Maurice nou daadwerkelijk allemaal beter worden of dat we het hiermee voor een enkeling binnen Nederland gewoon gemakkelijk maken.

Stel dat we meegaan in het voorstel van Maurice, dan is het de vraag hoe we dit gaan aanpakken. Zo’n rigoureuze verandering vergt nogal wat aanpassingsvermogen en ik zie ook vooral praktische bezwaren. Wanneer willen we de afspraken in laten gaan? En wat worden die afspraken dan precies? Passen we per direct lessen op school aan? Laten we iedereen voorlopig zelf kiezen welke schrijfwijze hij aanhoudt? Dit zijn allemaal vragen die bij mij opkomen. Los van het feit dat ik het nog steeds nogal lui vind.

Laat de taal zichzelf ontwikkelen

Dat taal verandert, daar kan ik me bij neerleggen. Dat dit langzaam gaat, vind ik prettig. En eerlijk gezegd, denk ik dat dit nog steeds de beste manier is. De taal bepaalt op deze manier ‘zelf’ hoe het zich ontwikkelt en welke wijzigingen er nu eenmaal nodig zijn in de loop van de tijd. Taal is iets moois, laten we nu gewoon samen ons best doen om de Nederlandse taal goed te beheersen. En ja, als we dan echt op het punt aankomen dat we toch allemaal denken dat het idee van Maurice de Hond een top plan is, laten we dan meteen het voorbeeld van Volkskrant-columnist Bert Wagendorp aannemen: gewoon alles schrijven zoals we het uitspreken. Lekker makkelijk, lekker lui, lekker niet nadenken.

Dan is het overigens altijd weer de vraag of iedereen in Nederland weet hoe woorden nou echt worden uitgesproken. Krijgen we dat probleem weer…

Neem contact op