Door

LEWIS

Gepubliceerd op

November 19, 2014

Tags

communicatie, PR

Ongetwijfeld lopen ze bij jou ook stampvoetend over de werkvloer. Mensen die besmet zijn geraakt met het goedbedoelde professionele non-communicatie virus. De kunst van het weinig zeggen met veel en vooral buitengewoon vage woorden. Een sluipmoordenaar is het die, op een onbewaakte overvolle maandag, uit het niets begint met zijn onomkeerbare verbale veldslag. Wanneer is het genoeg en zeggen we gewoon weer wat we echt bedoelen? Ik hou van woorden en ik speel er graag mee. Dat is ons vak en dat hoop ik, later als ik groot ben, ook te worden: een woordkunstenaar. Wie elke dag bezig is zijn woorden zo te kiezen dat de kern van het verhaal wordt geraakt, kan niet anders dan zich verbazen over het verwaarloosde woord dat niet voldoende liefde en aandacht krijgt. Er is steeds minder tijd om meer boodschappen te verwerken. Toch neemt de betekenisloosheid van woorden toe in een tijd waarin efficiency juist hoog in het vaandel staat. En dat is opmerkelijk.


Ik snap je wel maar ik begrijp je niet

Hoe communiceerden ze 2 eeuwen geleden met elkaar bij de lokale schoenmaker of de groenteman op de hoek? Het kan aan mij liggen natuurlijk, maar diep van binnen bekruipt mij het gevoel dat men toen niet rond de koffieautomaat neerstreek om via geheime codetaal van gedachten te wisselen. ‘Zeg Jan, laten we zo even gaan zitten om met elkaar af te stemmen wie de reparatie van deze leren zolen oppakt.’ ‘Goed dat je erover begint. ‘Ik wilde deze actie bij je terug leggen. Ik kan hier niet induiken voordat Hans een klap op de gympen zonder veters geeft. ‘Geen zorgen, wij zitten er bovenop en weten precies hoe we dit gaan aanvliegen.’ Mijn verbeeldingskracht neemt gelijk een loopje met me. Onschuldige hardwerkende beunhazen die tussen de bedrijven door blauwe plekken oplopen voor hun liefhebbende werkgever doordat ze de godganse dag klappen moeten opvangen, tegen dingen aanlopen of het juist over de schutting moeten gooien om vervolgens in zaken te duiken waarbij ze niet eens weten of er überhaupt een bodem is. Dat escaleert geheid de klauwen uit, zullen we maar zeggen. Luchttrillingen waar geen mens iets mee opschiet.

P(ee)R Pressure

Al dat gebabbel in het luchtledige, geeft ons het vertrouwen ergens ‘bij te horen’. Sociale acceptatie op de werkvloer is van levensbelang, laat daar geen misverstand over bestaan. De truc is om te denken én bovenal te praten zoals zij om erbij te horen. Maar moet dat het doel wel zijn? Met deze inhoudsloze woorden onderscheid je je namelijk voor geen meter. In ieder geval kun je er tijdens het biertje aan de bar de indruk mee wekken dat je tot een uitverkoren groep interessante mensen behoort. Laten we eerlijk zijn, dat is fijn voor het kwetsbare ego. Het laat ons geloven dat we lekker bezig zijn en verstand van zaken hebben. Niets is minder waar, als je het mij vraagt. In het uitzonderlijke geval dat we zelf al snappen wat we zeggen, zitten we opgescheept met een bevestigend knikkende collega die géén idee heeft wat er bedoeld wordt. Dan gaat het mis volgens de wet die ons leert dat ruis de grote boosdoener is en verhinderd dat de boodschap de ontvanger bereikt. In PR is niets belangrijker dan een boodschap die de doelgroep raakt en die daadwerkelijk begrepen wordt. Alleen dan is het mogelijk media voor je te winnen en een succesvolle campagne op te zetten. Er is dus best iets te zeggen voor een beetje meer state of the art jip- en janneke taal. Een klein sausje met opleuk-opsmuk is niet te vermijden in een wereld die barst van de ego’s natuurlijk, zolang we er maar niet in doorslaan.

Klinkertje verkopen

Wat dat betreft kunnen we een voorbeeld nemen aan Twitter dat zich, waarschijnlijk onbewust, afzet tegen deze tendens van het wollige woord. Wil je jouw gedachten delen met de rest van de wereld? Prima, maar dan graag wel in een moderne haiku van maximaal 140 leestekens. De populariteit van het medium laat ons geloven dat er genoeg animo is voor zorgvuldig gekozen woorden. Dat het kernachtig weergeven van onze gedachten ook ‘trending’ kan zijn en de aandacht van je volgers kan trekken, bewijzen doorgewinterde Twitteraars als Jordi van de Bovenkamp.

Zou dit blog een tweet zijn, dan had mijn boodschap de volgende inhoud: Uit naam van de liefde voor het betekenisvolle woord, stop de bullshit bingo #PRaatjesmakers. Die ellenlange teksten met vage woorden, maken je niet belangrijk en geen mens begrijpt wat je nou eigenlijk in jezusnaam wil zeggen. Echt niet. Ik bedoel, ik kan het weten. Niet voor niets schrijf ik namelijk een blog waarin ik exact 801 woorden nodig heb om mijn punt te maken. En of ik dat punt uiteindelijk gemaakt hebt, blijft dan nog maar de vraag. Snap je wat ik bedoel?

Neem contact op